Kracht en pracht van het platteland

Onder Naobers

Editie:

2016 Nazomer

In de rubriek Onder Naobers krijgen lezers de gelegenheid terug te kijken op artikelen in vorige Naobers en hun mening daarover te ventileren. Onder Naobers is ook de plek waar lezers hun eigen pennenvruchten kwijt kunnen. Voor zover de ruimte dat toelaat, uiteraard. Let wel: de (eind)redactie wikt, weegt en beschikt! Stuur uw post naar: info@naober.nl (met ao). Een briefje kan natuurlijk ook: Naober, Onder Naobers, postbus 133, 7040AC ’s-Heerenberg.




(On)bekend voorwerp

(On)bekend voorwerp
Met onbekende voorwerpen is het als zo vaak: de aanhouder wint. Henk Oudenampsen uit Laren G. stuurde begin dit jaar een foto van een hem onbekend agrarisch gebruiksvoorwerp met de vraag: wat is dit?

Hieronder de uitgebreide reacties van respectievelijk G. Warmink uit Renkum, Gerard Groothuis uit Bornerbroek en G. Nieuwmeijer, woonplaats onbekend.

1
Het voorwerp in het aprilnummer is volgens mij een schotvörke, met puntjes op de tweede o. De boeren gebruikten deze bij het ‘omhoogsteken’ (opsteken) van schoven rogge, haver of gerst. Door de korte tandjes voorkwamen ze verwondingen aan de handen. Bij ons thuis gebruikten we hem altijd bij het opsteken van rogge of haver.

2
Dit werktuig werd bij ons vroeger een ‘schotvork’ genoemd. Het werd gebruikt bij het binnenhalen van de roggeoogst. Dit was een heel handig gereedschap om de garven (niet te verwarren met schoven, want dat zijn bundels stro, dus na het dorsen) ‘op te steken’, d.w.z. op de wagen te deponeren. Op de wagen stond dan iemand die de garven op de juiste manier ordende, zodat het een stevig geheel vormde.

Het verschil met een hooivork is dat de tanden van de schotvork veel korter zijn. De onderlinge afstand is ook wat kleiner, maar omdat het gaat om gebonden garven, is er voldoende houvast.

Om worsten en zijden spek uit de ‘wimme’ of ‘wiem(e)’ te halen gebruikte men een ‘gaffel’ of ‘gavel’. Het vorkgedeelte daarvan (twee stuks, onderling verbonden) is wat kleiner dan van de afgebeelde schotvork.

3
Ik kom van een boerderij in Twente en wij hadden vroeger ook zo’n ding. Daar werden de garven stro mee ‘omhoog gestoken’. Je stak de twee tanden over het bindsel. Deed je dat met een hooivork, dan bleef de garve hangen of hij ging kapot en kon je de garve opnieuw opbinden. Het vorkje had wel een iets andere vorm; meer een V-vorm met kromme pootjes.

G. Warmink uit Renkum, Gerard Groothuis uit Bornerbroek en G. Nieuwmeijer, woonplaats onbekend.



Raadsel opgelost...

Het raadsel van de schotvork is opgelost en dat geldt ook voor de spullen op de foto die museum Smedekinck uit Zelhem ons aanleverde in het lentenummer van dit jaar. Lees de uitgebreide toelichting van mevrouw Gerritsen uit Zwolle.

De voorwerpen hebben alles te maken met het maken van klederdrachtmutsen. De grote, langwerpige plank is een plooi- of neepplank. De gesteven kant werd met de hand op het geribbelde plankje gelegd en met de andere hand werd de rol die dezelfde maat ribbeltjes had als het plankje eroverheen geduwd. Zo ontstonden fijne plooitjes, waardoor een draadje getrokken werd om alles passend te maken, zodat de muts mooi om het hoofd aansloot.

De twee beugels zijn hoofdijzers in hun allereerste stadium. Nodig om de muts op het hoofd te houden. De draagster zette de muts vast met een speld die door het oogje van het hoofdijzer viel. Later werden de hoofdijzers echte siervoorwerpen, voor wie het kon betalen van zilver of goud. De pennen waren niet zo goed te zien op de foto, maar ik denk dat het koperen plooipennen zijn; te gebruiken om de voorstrook van de muts te plooien met behulp van een plooiraam.

Ik maak zelf al 40 jaar Nederlandse klederdrachtpoppen, vandaar mijn kennis op dit gebied.

Mw. Gerritsen uit Zwolle



Wat is dit?

Wat is dit?

Twee vraagstukken hebben we i.s.m. onze lezers opgelost, maar een volgend dient zich alweer aan.

Henk Pel zou graag willen weten wat het voorwerp op de foto is en waarvoor het gebruikt werd. Enig idee? Stuur dan een mail met uw uitleg naar info@naober.nl Een kaart of brief ontvangen we graag op het adres: Naober, Dorpsstraat 7, 7261AT Ruurlo.

Henk Pel



Oplossingen Harsenkrakers Naober-zomer 2016

HARSENKRAKERS - Oplossingen Zomer 2016

Kiek!
We vroegen de naam van een plant die het goed doet op enigszins vochtige, kalkhoudende grond. Ophrys apifera is de wetenschappelijke naam. In het Nederlands: bijenorchis.

Winnaar van een boek is W. Damkot uit Winterswijk


Spreekwoordelijk
Spreekwoordelijk was niet zo moeilijk deze keer. Het hoofd in de schoot leggen, het niet meer zien zitten was de juiste oplossing.

Mevrouw G. H. Mulder-Rutgers uit Rijssen krijgt een boek toegestuurd.


ZoekplaatSje

  1. Inwoner van Friesland met een verkeerde beginletter – Vries
  2. Rivieroversteek voor mannetjeskat – Katerveer
  3. Onderkomen voor één tweevleugelig insect - Vlieghuis
  4. Compressies in Gelderse polder - Persingen
  5. Loofboom met nationale en internationale connecties – Linde
  6. Achterhoeks dialectwerkwoord voor ‘Aan tafel!’ – Etten

Winnares van een boek is mevrouw S.B.M. Roossink-Dierink uit Genemuiden.

Naschrift redactie: De winnaars krijgen hun prijs zo spoedig mogelijk toegestuurd.


Een gedicht

Johan Buursink

Johan Buursink (Enschede, 30 juni 1908 - Glanerbrug, 3 december 1993) was een journalist en publicist die in de regionalistische beweging van de jaren vijftig een belangrijke rol speelde naast grote namen als burgemeester Kolenbrander van Tubbergen, Meester G.B. Vloedbeld, J.W.M. Gigengack, Adriaan Buter, Hendrik Entjes, G.J.M. Bartelink en Jan Jans.

Om in zijn onderhoud te voorzien schreef Buursink artikelen over mode en textiel in allerlei vakbladen. Zijn grote passie was echter de geschiedenis en volkscultuur van Twente, maar vooral ook de taal zoals die in en rond Enschede werd gesproken.

Hij schreef essays, novellen, feuilletons, lange en korte verhalen, verhalen in dialect, schetsjes, een jeugdboek en toneel. In een gedicht uit het Jaarboek Twente 1964 mijmert Johan Buursink over het vervliegen van de tijd.

Wat is ’n jaor?
Wa’s vieftig, zestig jaor?
’n Töchken krabben en kläeien!
In oonze jonkheid lik ’t
’n oonmundig possie tied,
oons lik et lêeven zo laank,
oons lik ’n èen zo wied…
Mär at et wêerk d’r òf is
was ’t mär ’n haandumdräeien!



Oes hof

Oes hof

as kind speulde ik zo geern in de hof
de mooie plekkies um oez’ olde boerderij
de gedachte windt mij op, ’k bin vol met lof
over oes hoes en hof; o, zie heurt nog zo bij mij

ik knikkerde oetgelaoten met mien naoberkinder
wij aten aalbeern en kruusdoorns oet iegen tuun
in de hof was het veilig, nargens ienige hinder
wij speulden en lachten, geneuten van al ’t mooie gruun

hoender, sik en hond waren mien kameraoden
ok de kalfies u moes hoes waren aaid van de partij
as kinder verrichtten wij in oes hof ‘grootse daoden’:
het bouwen van hut en toren heurde daor steevast bij

jaoren bint vervleugen, ik reis naor d’olde stee
neisgierig zuuk ik mien iegen Hof van Eden
het hoes is der nog, maor dan de hof – o wee!
zo aans is alles wat deur mij ooit slim weur anbeden…

Henk Beuker

Bron: Maandewark, november-december 2009

Plaats een reactie

Word nu abonnee van Naober!

Klik hier voor de aanbieding

Naober Nieuwsbrief

Ja, ik wil wekelijks Naobernieuws in mijn mailbox!