Kracht en pracht van het oosten

Onder Naobers

Editie:

2017 Zomer

In de rubriek Onder Naobers krijgen lezers de gelegenheid terug te kijken op artikelen in vorige Naobers en hun mening daarover te ventileren. Onder Naobers is ook de plek waar lezers hun eigen pennenvruchten kwijt kunnen. Voor zover de ruimte dat toelaat, uiteraard. Let wel: de (eind)redactie wikt, weegt en beschikt! Stuur uw post naar: info@naober.nl (met ao). Een briefje kan natuurlijk ook: Naober, Onder Naobers, postbus 133, 7040AC ’s-Heerenberg.




Herinneringen 2

Mevrouw H. J. Breukink-Esselenbroek leefde van 1892 tot 1979 in de kleine landstad Lochem. In het midden van de jaren zeventig van de vorige eeuw kreeg ze het verzoek wat ‘oude herinneringen aan het papier toe te vertrouwen’. In de lente-Naober hebt u kunnen lezen wat zij schreef over de kleding en de haardracht
van de ‘koolhazen’, zoals geboren Lochemers werden en (misschien nog wel) worden genoemd. Dank zij kleindochter Renée Dekker-Haanstra uit Bennekom, die
oma’s pennenvruchten goed heeft bewaard, weten we hoe Lochem er zo’n 125 jaar geleden uit zag.

Lochem was destijds een klein stadje. Rond het plaatsje lagen grachten en op de wallen stonden prachtige eikenbomen. Poorten gaven toegang tot de stad. Die werden aanvankelijk ’s nachts bewaakt, maar in mijn tijd kon je al dag en nacht via de bruggen de stad in en uit. Buiten de grachten was nog weinig bebouwing. Op de Nieuwstad stonden wel enkele herenhuizen. Daar woonden onder anderen notaris Schiethart en de families Crooswijk en de Bruin. Ook enkele neringdoenden
woonden er.

Op de Stationsweg (nu Prins Bernhardweg) had je Hotel Bak en ’t Welna. Vroeger was er een mooi plantsoen tegenover Hotel Bak. Rechts ging een weggetje naar het ‘hoge bruggetje’. Daar stroomde de Berkel onderdoor. In de volksmond heette dat Het Verlaat (in dialect: ’t Verlaot). Sluizen regelden daar de waterstand.
De bestrating van de binnenstad bestond uit een middenvak van Brabantse keien. Vierkante stenen van tien bij tien centimeter. Aan weerszijden
daarvan was een zestig centimeter breed klinkerpad en langs de huizen liepen stinkende goten, want riolering was er niet. Waterleiding was er evenmin. Wie zelf geen
pomp in de keuken had, was afhankelijk van een van de stadspompen.

Het oudste huisje van Lochem (nu een schuurtje) staat aan de Bleek. Dat gebouwtje moet al uit de 16de eeuw stammen. Het werd gebruikt als afzonderingshuisje voor lijders aan ‘boze zweren’. Lochem was nauwelijks groter dan het gedeelte binnen de grachten. Een ziekenhuis was er niet. Lijders aan besmettelijke ziekten werden dan ook uit de gemeenschap gestoten. Ze moesten maar troost zoeken bij elkaar. Ik denk dat het lepra was, waar ze aan leden.

Op de hoek van de Pillinkstraat stonden drie onbewoonbaar verklaarde woningen. Een zieke plek in het straatbeeld, waar iedereen zich aan ergerde.

Ook de boerderijen binnen de kom zijn zo goed als opgeruimd. De boerderij in de Emmastraat is verdwenen en die in de Molenstraat is al weer 50 jaar weg. De boerderij in de Walderstraat staat er gelukkig niet meer en die in de Blauwe Torenstraat is al wel 60, 70 jaar geleden verdwenen. Aan de Achterstraat hoek Bierstraat was een grote stal met wel acht koeien van een bakker te H. Gelukkig waren er geen mestvaalten aan de straatkant. Daar was Lochem al te stads voor.

​H. J. Breukink-Esselenbroek



Gait

Gait was nen grooten sloddervos.
Leep aaltied met de veters los.
Al zee ziene vrouw ’t honderd keer,
eev’n zo vaak maakt’n Gait nen pleer.

Now greuf Gait gaete, dat was zien wark,
op ’t kaarkhof van de Lourdeskark.
Laatst had hee weer ne koele klaor
veur ’t oale meins van Kannegoor.

Gait bekeek wat hee net had daon
en ging toen op nen veter staon.
Hee pleern in ’t gat en kwaamp um ’t leaven:
Gait had zien eigen graf e’greaven.



Steenpoest

Oonze Jannao had nen steenpoest.
Den was zo onmeundig groot.
Toen Dieks ’m oet wol drukken,
toen drukken hee Jannao dood.



High

Nen zwaor verslaafden spoot zich dood,
waornao Sint-Petrus ’m ontbood.
“Hay man,” zee hee. “t Geet mi’j best:
zo high as now bun’k nog nooit ewest!”

Uit de bundel: Pruikentied

Henk van Pruikenhendrik



Prijswinnaars

Willy Hermans, uitgever van Vrijbuiters in de ether, geschreven door Hugo Heideman, stelde twee exemplaren van het boek beschikbaar voor de lezers van
Naober. Marga Jacobs uit Didam en Edwin Leuverink uit Stokkum zijn de gelukkige winnaars.



Prijswinnaars Mañana Mañana

Met een passepartout voor twee personen voor het populaire festival Mañana Mañana in Vorden maken we Luchiena Emmens uit Rolde
en Joke Wissink uit Keijenborg blij.
Vrijdagkaarten voor twee personen gaan naar Paul en Nicci Jansen uit Aalten en Erwin en Sandra uit Doetinchem.



Oplossingen en prijswinnaars Harsenkrakers (lente 2017)

Kiek!
Welk land is het thuisland van dit rund? Dat was de vraag bij het
KIEKje in de vorige Naober. Velen wisten het goede antwoord:
Schotland. Schotse Hooglanders – Scottish Highland Cattle – zien
er heel vervaarlijk uit, maar ze vallen best mee, deze grote grazers.
Winnaar van een boek is: . J. H. van Leeuwen, Heerde

Spreekwoordelijk
Harrie Kemperman maakte een eenvoudige illustratie van vier mannetjes,
die dezelfde kant op wijzen. Het gaat echter om hun neuzen.
Die zijn belangrijk in de uitdrukking die we zochten: De neuzen
moeten dezelfde kant op staan. Iedereen moet op dezelfde lijn
zitten.
Een van de velen die het goede antwoord leverden was:
G. J. ten Brinke, Rijssen. Hij wint een boek.

ZoekplaatSje
1 Deze kledingstukken zijn ook zwangerschappen – Drachten
2 Altijdgroene heester met rode bessen – Hulst
3 Mannetjeseenden en laag omdijkte stukken grond – Woerden
4 Blaasinstrument en drinkvat – Hoorn
5 Deftig meervoud van platte, vierkante vloersteen - Tegelen
Winnaar van een boek is T. de With, Zeijerveld



Plaats een reactie

Naober Nieuwsbrief

Ja, ik wil wekelijks Naobernieuws in mijn mailbox!