Kracht en pracht van het oosten

Bombarie

Plattelanden

De dame van middelbare leeftijd – aan haar kleding te zien geen doorsnee-oosterlinge - nipte aan het glas muntthee en liep toen in mijn richting. Ik stond waar ik bij recepties het liefst sta: een beetje achteraf. Ik observeer liever dan dat ik me meteen in een gesprek meng. Ze kwam bij me staan, nam nog een slokje van haar thee en zei toen: “Wat is uw connectie met het feestvarken?” Ik vertelde dat ik Gerrit zowel zakelijk als privé al heel lang kende en dat ik met plezier acte de présence gaf op zijn afscheidsreceptie. “Bent u net als hij geboren en getogen in de Achterhoek?”, vroeg ze belangstellend. Ik beantwoordde haar vraag bevestigend en vroeg eigenlijk on-Achterhoeks direct: “En u?” Ze vertelde dat zij en haar man oorspronkelijk uit Noord-Holland kwamen, maar dat ze ook in Emmeloord hadden gewoond en in Almere. “Nu wonen we al weer bijna acht jaar in de Achterhoek!”, sprak ze welhaast triomfantelijk. Bijna overbodig te vragen of het beviel. Het enthousiasme spatte van haar gezicht. “Geen moeilijkheden gehad met inburgeren?”, probeerde ik voorzichtig. “He-le-maal niet!”, kraaide ze. “Toen we het huis op orde hadden, ben ik meteen vrijwilligerswerk gaan doen bij de plaatselijke afdeling van De Zonnebloem. Zulke aardige mensen!”
Ik probeerde het positieve beeld iets somberder in te kleuren, maar kreeg geen schijn van kans. Ook niet toen ik over de streektaal begon. “Ik spreek het natuurlijk niet”, lachte ze, “maar ik heb er absoluut geen moeite mee. Mijn naaste buurvrouw spreekt eigenlijk alleen maar plat, maar dat levert echt geen Babylonische spraakverwarring
op. Het is zo’n lieverd!”
Ze zette het glas met de blaadjes munt op het blad van een passerende ober en zei toen: “Het enige waar ik wel wat moeite mee heb is het plattelanden?” “Plattelanden?”, vroeg ik. Ik kende het begrip niet. “Ja, zo noemde een columniste dat onlangs in een van haar stukjes. Dat een groep plattelanders met elkaar uit gaat zitten vlooien hoe bepaalde familiebanden in elkaar zitten. Zo van: Aaltje Möllenkamp, Aaltje Schepers ja, die had toch een broer die een paar jaar in de bak heeft gezeten? Nee, die was niet van Möllenkamp, dat was er één van Holterman. Later heeft hij nog verkering gehad met een dochter van bakker Meijerink….
En dat gaat dan rustig een hele avond zo door. Maar verder, nee hoor. We zijn altijd blij als we de afslag Holten/Lochem op de A1 weer zien. ‘Weer thuis’, roepen mijn man en ik dan als uit één mond. En dat menen we. Zal ik de serveerster vragen of de hapjes ook onze kant op kunnen komen?”


    Reacties (1)
    • Reactie door Irene op 20-10-2017 13:51:56

      Ha die Arie,

      Mooi stukje en wat een fijn woord he, plattelanden:)
      Ik gebruik het heel vaak nu ik er over nadenk. Als een Achterhoeker zegt:"Hei je het heurt?" weet ik het al: we gaan een rondje plattelanden.
      Dag dag

    Plaats een reactie

    Arie Ribbers

    Arie Ribbers (1945) stond in totaal 18 jaar voor de klas. De periode in het onderwijs combineerde hij met freelance werkzaamheden voor de RONO, Radio Oost en Omroep Gelderland. In 2005 begon de geboren Ruurloër met het schrijven van columns voor de Stentor en het samenstellen van de Achterhoekse en Liemerse Spreukenkalender. In 2007 bracht hij met zijn collega’s Hans Siemes en Ben van Uhm de plattelandsglossy Naober op de markt.

    Naober Nieuwsbrief

    Ja, ik wil wekelijks Naobernieuws in mijn mailbox!