Kracht en pracht van het platteland

Bombarie

Beige

De week voor Pasen. De man stond midden in de pas vernieuwde modezaak. In schaatstermen was het een ‘lage veertiger’ die, rechterhand in de zak van een trendy broek, de blik strak gevestigd hield op de blonde verkoopster. “Kom bij u”, had ze al even geroepen, maar ze maakte nog geen aanstalten.

Een ouder echtpaar doorkruiste de winkel. Op zoek naar een jack voor meneer, zo bleek. Zij had duidelijk de leiding. Hij slofte achter haar aan, van rek naar rek, van spiegel naar spiegel. ‘Ie mot ’t zelf wetten, maor ik zol dén blauwen nemmen. Lange neet zo besmettelijk as wa’j noe an hebt.’ De man streek bijna liefkozend over de mouw van een beige jack.

“Hoe langer ik naar je kijk, hoe meer ik me realiseer dat ik je bijna nooit meer zie”, zei de veertiger. Ik, op zoek naar een ‘nette’ spijkerbroek, moest die zin even op me laten inwerken. Was dit een voorbeeld van de zo gevreesde ‘vaagtaal’? Moeilijk te ontleden misschien, vaag was de volzin zeker niet, want zij reageerde met: “Klopt. M’n dochter gaat tegenwoordig alleen naar school. Zoek je iets speciaals?” Hij mompelde iets over een ‘echt mooi overhemd’. Voor de vorm nam ze hem de boordmaat, wees op een stapel blouses en zei: “Die zijn afgeprijsd. Als je het niet erg vindt?”

Hij vond het wel erg. Héél erg zelfs. Terwijl zij met een stralende lach naar het oudere echtpaar bij de kassa liep, slofte hij de winkel uit. “Is het toch de beige geworden?”, vroeg de blondine, niet speciaal aan haar of hem. ‘Ik hebbe ezeg dat e der spiet van krig en dat is alles wa’k der van zeggen wille. Hoovölle geld krie’j?’ De vrouw betaalde contant en gaf de tas met het beige jack aan haar man. De glimlach om zijn lippen was vaag, maar hij was er. Triomf!

De blonde krullenbol vroeg of ik kon vinden wat ik zocht. Ik knikte, maar de scènes die ik net gezien had, vond ik veel interessanter dan zoiets banaals als een nette spijkerbroek. Al snuffelende bleef het begrip ‘vaagtaal’ me bezighouden. Ik kwam al snel tot de conclusie dat ‘wij in het oosten’ de meesters van de vaagtaal zijn. Omdat we de dingen niet bij de naam durven noemen? Misschien. Het verhullen heeft ook z’n charme. Van een vrouw die zwanger is zeggen we dat ze een ‘kaboutertje onder de schorte’ heeft. Of ‘een poes op de veurband’. Een miskraam verwoorden we door te zeggen dat de vrouw in kwestie ‘de kore hef op-ewipt’. Nog mooier: dat eur ‘den haok van de kore eschotten’ is. Een ziekte als kanker doen we af met ‘een naar ongemak’.

Of ik nog een spijkerbroek gevonden heb? Zeker. Van één of ander vaag merk, maar hij zit wel lekker.


    Plaats een reactie

    Word nu abonnee van Naober!

    Klik hier voor de aanbieding
    Arie Ribbers

    Arie Ribbers (1945) stond in totaal 18 jaar voor de klas. De periode in het onderwijs combineerde hij met freelance werkzaamheden voor de RONO, Radio Oost en Omroep Gelderland. In 2005 begon de geboren Ruurloër met het schrijven van columns voor de Stentor en het samenstellen van de Achterhoekse en Liemerse Spreukenkalender. In 2007 bracht hij met zijn collega’s Hans Siemes en Ben van Uhm de plattelandsglossy Naober op de markt.

    Naober Nieuwsbrief

    Ja, ik wil wekelijks Naobernieuws in mijn mailbox!